Praten helpt. Maar hoe pak ik dat aan?

‘Praten helpt’, je leest het overal. Ook wanneer praten over bepaalde thema’s erg ongemakkelijk is, zorgt dit er toch voor dat je kind zich meer gesteund voelt en zich beter in hun vel gaat voelen. Ga dus ook als ouder de moeilijkere thema’s niet uit de weg!

Hier vind je 8 tips over hoe je dit kan aanpakken:
 

  1. Moedig je kind af en toe aan om over hun ervaringen te vertellen. Verplicht je kind niet, maar toon wel dat je er bent om te luisteren wanneer hij/zij/hen daar klaar voor is. Pols af en toe eens voorzichtig hoe het met je kind gaat. Doe dat op een informeel moment, wanneer jullie bijvoorbeeld samen de afwas doen of samen in de auto zitten. 

  2. Wees een voorbeeld: toon dat het oké is om over je gevoelens te praten. Vertel bijvoorbeeld zelf wat een situatie met je doet. Lucht zelf af en toe eens je hart bij je gezin en maak duidelijk dat het oké is om je soms even niet zo goed te voelen. Gevoelige zaken delen maakt je kwetsbaar. Vaak is het makkelijker om je kwetsbaar te tonen als de ander zich ook open opstelt. Wanneer jij toont dat twijfels en gevoelens er mogen zijn, voelt je kind dat er ruimte is om hierover te praten.

  3. Toon respect voor het verhaal van je kind. Jouw kind kijkt mogelijk anders naar een situatie dan jij of ervaart de dingen misschien anders. Bespreek thema’s zonder meteen een oordeel erover te formuleren. Je kan wel vragen hoe het komt dat je kind zaken op een bepaalde manier interpreteert of waar die gevoelens vandaan komen. 

  4. Luister aandachtig: onderbreek je kind niet wanneer het iets vertelt en laat het uitspreken. Minimaliseer het verhaal niet, geef niet meteen advies en ga niet meteen sussen en troosten. Je kan wel knikken en aangeven dat je luistert zonder een mening te geven. Vat af en toe samen wat je kind vertelt, bijvoorbeeld : ‘als ik het goed begrijp zeg je dat je…’ Dit geeft je kind het gevoel dat je aandachtig luistert en zo ben jij ook zeker dat je alles goed begrepen hebt. Let op je houding: als je voelt dat je kind je volledige aandacht wil, doe dan niets anders tijdens het gesprek. Overhaast het gesprek niet, neem de tijd. 

  5. Erken de gevoelens van je kind. Probeer je in te leven in de gevoelens van je kind. Je kind kan zichzelf dom, lelijk of abnormaal voelen. Vraag aan je kind waarom het dat zo ervaart en ga deze gevoelens niet meteen gaan ontkrachten. Het kind mag niet de indruk krijgen dat hun gevoelens onterecht zijn. Bevestig de gevoelens niet, maar ontken ze ook niet. Erken dat ze er zijn. 

  6. Zeg niet meteen hoe jij tegen de dingen aankijkt, tenzij je kind dat vraagt. Jij hebt misschien een heel andere kijk op de ervaringen van je kind. Dring deze niet op, maar probeer de visie van je kind te begrijpen door door te vragen. 

  7. Als je over je eigen ideeën praat, spreek dan in de ik-vorm: dat maakt voor je kind duidelijk wat jij denkt, voelt of wilt. Ik-boodschappen voelen minder oordelend over de ervaringen van je kind.

  8. Humor maakt het lichter. Maak af en toe een grapje, ook over je eigen gevoelens. Gebruik een metafoor of overdrijving waardoor je ook je eigen gevoelens kan leren relativeren. Praten hoeft niet altijd zwaarwichtig te zijn!